maandag 26 oktober 2020

Dag 227. De pet van mijn vader

Gisteren precies vier jaar geleden reed ik met mijn broers naar Helmond. Het duurt niet lang meer, had de arts gezegd, en als we afscheid wilden nemen moesten we niet te lang wachten. Het waren sombere dagen, net als nu, maar tegelijkertijd ook hele intieme en warme dagen. Het dagelijkse contact tussen mij en mijn broers was fijn, we hadden een gezamenlijke pijn, het verlies van onze vader. Die middag troffen we elkaar rond zijn bed, zijn vrouw, mijn broers en ik. Hij was niet meer aanspreekbaar, zijn handen trilden, zijn ogen waren al halfweg. Na de laatste sacramenten namen we één voor één afscheid. Dag pap. Bedankt voor alles. De volgende ochtend reden we weer terug naar het noorden. Een uur na thuiskomst kregen we het bericht dat hij was overleden. 

Het lijkt korter dan 4 jaar. Ik snap nu wat mijn moeder bedoelde toen ze zei dat haar vader altijd in haar gedachten was. Het leek mij toen wat overdreven, als 20-jarige, maar nu begrijp ik haar beter, er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn vader denk, al is het maar heel even. Ik besluit niet naar het graf te gaan vandaag, maar een wandelingetje te maken, ter nagedachtenis aan mijn vader. Hij liep elke dag langs het kanaal, pet op, handen gekruist op de rug, rustig doorstappend. Ik mocht mee, zei hij dan, als ik maar zweeg, want dat wilde hij, zwijgen en genieten van de rust, de vogels, de wind, het ruisen van de bladeren.

Ik loop langs de singel, kijk omhoog naar de herfstige lucht, grijswit met hier en daar wat donkergestapelde regenwolken, en sla mijn handen ineen op mijn rug. Dag papski, denk ik. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten