We zaten op de bank, S en ik. Het was rond 8 uur 's avonds. 'Volgens mij komt er onweer', zei S. Ik keek naar buiten. En toen gebeurde het. Binnen enkele seconden brak het los. Het begon te stormen met, las ik later, 75 km per uur. We renden naar buiten, schreeuwend naar elkaar, om het oorverdovende geruis en onze eigen paniek te overstemmen. Ik greep de kussens van de loungebank, S die van de stoelen. In vliegende vaart trok ik het tafelkleed mee en het boek van Maya Angelou waar S maar niet doorheen komt. De eerste felle flitsen joegen ons voort. 'Het dak van de schommelbank", riep ik. "Wat is daarmee', riep S. 'Het moet ingeklapt!' Maar het was te laat. De donder kwam van alle kanten aangeroffeld en Thor sloeg met zijn vuist op de wolken, achter elkaar. Regen stortte neer, windvlagen namen potplanten met aardbeien en blauwe bessen mee in hun vlucht, de lavendelplant rolde over de tegels. De tuindeur sloeg met een klap achter ons dicht. Veilig achter het raam keken we verbijsterd toe hoe de schommelbank in zijn geheel in de houdgreep werd genomen, omsloeg en op zijn zij de tuintafel omarmde. De stangen bogen om als bamboe, het doek scheurde.
'Mowgli', riepen we toen, vrijwel tegelijkertijd. Met deze windkracht zou zijn magere lijfje zeker worden meegesleurd. We duwden de deur open, rammelden en riepen en daar was hij, miauwend, de staart schichtig tussen de benen.
Armageddon!, appte mijn broer. Hij stuurde een filmpje van het natuurgeweld in zijn tuin. Mijn zoon belde, 'Alles goed?', hij weet hoe bang ik ben voor onweer. Ik belde mijn dochter. 'Waar ben je?' 'Op het station in Hilversum', zei ze, 'kom net van mijn werk'. Ze liet een uitgestorven, zonnig station zien. Even later reed haar trein langzaam het onweer in. 'Wel mooi', appte ze.
Vanochtend vroeg zette ik alles overeind. De resten van het zonnedak schroefde ik van de schommelbank. 'Chinese rommel', hoorde ik mijn broer zeggen. Ik verzamelde mijn gehavende planten, zette ze overeind. De Annabella's lieten treurig hun geknakte kronen hangen. Het zijn dagen van verlies, dacht ik filosofisch.
In de voortuin stond de fiets van S parmantig overeind, midden op de oprit.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten