maandag 31 augustus 2020

Dag 171. De viool

Begin deze eeuw had ik een piano. Een mooie oude, met licht vergeelde ivoren toetsen en niet eens zo heel vals. Ik speelde er niet vaak op en mijn repertoire bestond vooral uit de Bongoboogie, de Empty Pocket Blues en het begin van de 2e van Rachmaninoff, dat ik vroeger samen met broer JP deed omdat de vingerzetting veel te breed was voor onze jonge handen. Toen werd mijn jongste geboren. Ze had al vroeg een fisty attitude en zodra ze kon lopen pakte ze een pollepel uit de keukenla en sloeg de toetsen van mijn piano kapot. 

"Ik wil pianoles', zei ze nu. 'Een mooi plan', zei ik, en dacht verlangend aan de Empty Pocket blues, 'maar zo'n ding is duur en ik kan 'm nergens plaatsen.' 

'Dan een viool', zei ze. En dat was natuurlijk altijd al het plan geweest. 

Een viool kopen kan voor een krappe 100 euro, maar dat is Chinees brandhout, las ik online. Niet erg als het om een tuinkist of loungeset gaat, maar een viool moet mooi klinken, dus ik besloot er 1 te huren. Een lerares was gauw gevonden. Ze had een mooi CV, was niet te piep en naar later bleek ontzettend aardig. 'Kom anders de laatste 10 minuten even luisteren', zei ze bij de eerste les. 

Ik zat een beetje verloren te wachten in de hal van de muziekschool. Er was niemand aanwezig, behalve een grijs besnorde meneer achter een laptop. Om me heen stonden waarschuwingsborden en flessen met ontsmettingsgel. Elke kamer had dubbele deuren, waarachter allerlei geluiden klonken. Piano, gitaar, fluit en een viool. Ik werd teruggeworpen in de tijd. De geluiden klonken als een orkest dat bezig is met stemmen, vlak voor de voorstelling, en de dubbele deuren brachten mij terug naar de tijd van het conservatorium op de Mariaplaats, toen ik les kreeg van de grote Henk Smit, internationaal operazanger, maar ook huisvriend van mijn ouders en zelfbenoemd oom. ,'Vibrato, meer vibrato', ik hoor het hem nog zeggen en vroeg me af voor wie het gekker was: voor hem, om die ukkepuk die zo vaak bij zijn dochter had gelogeerd en nu ineens een vrouw was, voor hem te zien staan, of voor mij, de oom die vroeger de wolf speelde op de Koninginneweg en nu ineens een knorrige leraar was. Ik werd plotseling overvallen door een intens gevoel van mislukking en heimwee. Was ik niet een totaal verkeerde weg ingeslagen, had ik me niet teveel laten leiden door verkeerde mensen en verkeerde keuzes? Als ik het mocht overdoen, zou ik dan ...

Het was 9 uur, ik liep naar binnen, de deurknoppen pakte ik vast met mijn trui. Daar stond ze. Mijn eigen ukkepuk. De juf was aanstekelijk enthousiast, ik liet me binnen 5 minuten wekelijkse lessen van 40 minuten à 40 euro per keer aanpraten. 'Vooral in het begin!', riep ze. 'Ze is een natuurtalent, een natúúúrtalent!' S had inmiddels al trots verteld over haar muzikale familie. Haar opa, haar moeder, de ooms. 'Laat me raden', zei juf. 'Je moeder zingt!' En of ik ook geen vioolles wilde? 'Schei uit', zei ik, 'Ik moet hiervoor al zwaar bloeden.' Hoe waar dat was zou ik later die week merken, maar toen was het leed al geschied. Nu maar hopen dat ze de nieuwe Joshua Bell wordt. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten