dinsdag 11 augustus 2020

Dag 151. Hittegolf

Het is een oud en vertrouwd verschijnsel, na drie dagen hittegolf kom ik in actie. En dan bedoel ik echte actie. Ik werd er vroeger om uitgelachen, dat ik, als iedereen half dood op de bank of bij het zwemband hing, de ramen ging zemen. Er zit vast een wetenschappelijke verklaring achter. Iets met dunner bloed dat eindelijk mijn mitochondriĆ«n van energie voorziet, ik zeg maar wat. 

Dit jaar dacht ik dat ik genezen was. Het was al dag 5 en ik prees mij gelukkig dat ik niet hoefde rond te komen van lichamelijke arbeid, want dan was ik reeds lang failliet. Om kwart voor 2 kwam de radiatorman. Stevig in de spieren en licht getint zoals iedereen mediterrane mensen tegenwoordig noemt. Hij torste een enorme kachel op zijn schouders, zweetdruppels parelden op zijn voorhoofd. 'Jongen', zei ik, want ik heb tegenwoordig een leeftijd dat iedereen dat van me verwacht, 'ik benijd je niks'. Terwijl hij voor me uit naar boven kloste, keek ik naar zijn grote werkschoenen met stalen neuzen en zijn blote, gespierde kuiten erboven. Sjonge, jonge, nou, nou, en poeh poeh, dacht ik. Hij wilde niets drinken, ook geen ijskoud alcoholvrij bier. Terwijl hij zich op zolder een pad baande door de enorme berg achterstallig wasgoed om water af te tappen, vertelde hij me verlangend over de airco die hij had gekocht, zonder BTW, via zijn neef, en dat scheelde toch al gauw zo'n 60 euro. Het klusje duurde uren. Hij ruimde alles keurig op, maar toch deed ik erna een rondje desinfecteren. Voor de schoon, maar toch ook voor je weet maar nooit. 

En daar was het. De vlaag van verstandsverbijstering. Binnen een uur was de rest van het huis schoon, inclusief 2 wassen, en erna begonnen S en ik in een stervenshete tuin aan het in elkaar zetten van de nieuwe schommelbank. Half. Toen was het op en was ik weer dood. 

's Avonds kwam het onweer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten