zaterdag 22 augustus 2020

Dag 162. De vlieg

Die vreselijke gewoonte van moeders om alles van kindertoetjes weg te poetsen met een beetje spuug, volgens mij krijg je dat er van zijn levensdagen niet meer uit. Vanmiddag hadden S en ik het huis schoongemaakt. We zaten even uit te puffen, toen ik zag dat er op de salontafel nog een streepje chocola zat. Dacht ik. Ik stak mijn vinger in mijn mond en wreef er overheen, met spuug. Het zat er nog. Ik stak mijn vinger wederom in mijn mond en wreef nogmaals. Met spuug. Uit mijn mond. 

'Mam!', riep S ontzet. 'Dat is de vlieg die je gisteren doodsloeg.' 

Zelden bracht ik mijn vastgeroeste coronalijf sneller in beweging dan nu. Alsof de duivel op mijn hielen zat, zo snel rende ik naar de keuken, gillend. Ik spoelde met water, spuugde, spoelde weer, maar dit kon in de verste verte de gedachte aan vliegenbloed en -slijm op mijn tong niet wegnemen. 
'Wat moet ik doen, wat moet ik doen?!', riep ik, en ook 'Bleuh' en 'Blarch'. 
Naast de zeep zag ik een flesje Sterilon staan. Ik pakte het op, schroefde de dop eraf en wreef mijn tong ermee in. 
'Waaah, niet fijn, niet fijn!', riep ik nu. 
S lag in een deuk op de bank. 
'Wie doet dat nou', kronkelde ze, 'owow, wie doet dat nou...?!'
Maar mijn tong was ontsmet.

Als u nu denkt dat dit alles is wat er bij ons op een doorsnee zaterdag in coronadays gebeurt, dan hebt u het mis. In de vroege ochtend zat ik op het spoedspreekuur met een doodzieke kat en de onuitgesproken angst dat hij vergiftigd was. Ik krijg al dagen geen contact met mijn allerbeste vriend. Ik had de hele nacht niet geslapen. Vanwege de kat en de vriend. Ach, al die akelige gebeurtenissen, die maakt iedereen mee in zijn leven, maar wie likt er aan een dode vlieg. Niemand toch?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten