Mijn bed is mijn haven. Ik mag er liggen, ik hoef er niks, er zijn boeken, zacht licht, kussens en een kat. Om half 8 denk ik er al aan. Fijn, straks naar bed.
'Ik ga vroeg naar bed hoor', zeg ik alvast. S zet net de spullen voor een groot taartproject klaar. Ze knikt. 'Ja, hoor.' Ze is het gewend. Haar moeder is altijd moe de laatste tijd. 'Zo oud ben je nog niet', zegt ze vaak, 'je praat het jezelf aan.' Ze weet niet dat in bed liggen niet slapen betekent maar rust. Even helemaal niks. Al die boeken die er liggen, ik open ze meestal niet eens, maar ik vind het fijn dat ze er zijn. Meestal doe ik niets. Een beetje nadenken. Of piekeren, na een minder goede dag. Nu Google ik. Hoe veer je op na tegenslag. Hoe doorbreek je een impasse. Hoe laat je de zon weer schijnen. Maar ook Hoe bijt ik van me af en Hoe word ik een bitch. Ik ga het antwoord daar niet vinden. Net zomin als 'Wat te doen in quarantaine' zinnige antwoorden oplevert. Want hoe dan ook komt er een dag dat je je realiseert dat je het liefst maar een beetje in bed ligt. Tot het over is.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten