Onderzoek aan de Exeter University had uitgewezen dat Eksters zich helemaal niet aangetrokken voelen tot glimmende dingen. Er was juist sprake van neofobie, angst voor het onbekende. Maar mijn oma B vond ooit in een eksternest in haar tuin een paar verdwenen lepeltjes en ringen terug. Wie liegt er hier nu eigenlijk? Oma B of de Exeter University? Moet het niet gewoon Ekster University zijn? Hoe dan ook, ik voelde me vandaag als een Ekster in een sieradendoos, toen ik met S op pad ging voor schriften, haarcrème en bruisballen. Glanzende luxe in een verleidelijk licht, ik was het ontwend. Alles was zo mooi. Kant, satijn, fluweel, goud en zilver en alles ertussenin. Ik kocht 3 lippenstiften voor de prijs van 2 en een serie oorbelletjes, neusde nog even door olijfgroene heupslips waarop Everyday stond, maar besloot dat ik genoeg onaantrekkelijk ondergoed voor elke dag had. Het was er druk en ik voelde me niet op mijn gemak. 'Ik word hier bloednerveus', zei S. 'Niemand houdt afstand.' Op straat regende het. Op weg naar de auto werd er gefloten. 'Hoorde je dat niet of dééd je alsof je het niet hoorde?', vroeg S. 'Dat gefluit? Dat kan nooit voor mij zijn'. 'Maar je naam werd geroepen'. 'Oh', zei ik. 'Was het een vrouw?' 'Nee, een man.'
Thuis waste ik mijn handen en poetste de regen van mijn leesbril. Ik liet mijn dochter alleen met haar chagrijn en vluchtte naar boven, naar mijn eigen veilige nest. De oorbelletjes oogden vaal en goedkoop in het grauwe middaglicht.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten