vrijdag 11 september 2020

Dag 182. Deuren

Als je ons huis in Amsterdam binnenkwam zag je zes deuren, de voordeur niet meegerekend. Achter een van die deuren was een trap naar beneden. Het was een duistere trap, naar een duistere gang met vier deuren, de trapdeur niet meegerekend. De rechterdeur was van mijn vaders kamer, waar zijn vleugel net in paste. Ernaast was mijn broers deur, waarachter je Golden Earring en Cat Stevens, maar ook Rachmaninoff hoorde en het naar wiet rook. Naast de deur naar de badkamer (met lavet), was mijn deur.

Mijn kamer was lang en smal en had twee openslaande deuren naar een dichtgegroeide tuin waar de zon nooit kwam, het naar schimmel rook en je via een gat door de heg op het fietspad kwam dat langs het sigarettenwinkeltje liep, waar ze ook duimdrop, schuimblokken en Popfoto's verkochten, en via het bejaardentehuis en de tramremise van lijn 13 uiteindelijk in Osdorp eindigde.

Ik was 13 toen ik samen met mijn vriendin I besloot om naar Luilaknacht in de Aker te gaan. Dat mocht niet natuurlijk, dus we deden het stiekem. Mijn oudste broer van 1 deur verder zat in het complot en sloot de tuindeuren achter ons toen wij door de heg kropen, naar het fietspad, het avontuur tegemoet. Twee kleine grietjes, op de fiets, in een donkere nacht, in een stadsdeel dat nu ronduit als gevaarlijk zou worden betiteld. Misschien toen ook wel, ik weet het niet, maar het was een naïeve spanning die we voelden en onze grootste zorg was het winderige en eenzame stuk langs het Vogeleiland en dat mijn ouders er ooit achter zouden komen. Een ID bestond nog niet. Mijn vriendin I zag er veel ouder uit dan ik en ook heel sexy, daarom mochten we naar binnen. Het was er donker, weer de wietlucht, vermengd met bier. Op een groot scherm zag ik mijn eerste pornofilm. Toen ik uren later weer in bed lag, was ik een beetje misselijk en ook opgelucht. Mijn ouders hebben het nooit geweten. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten