donderdag 24 september 2020

Dag 195. Eikels

Om half 4 loopt S mijn werkkamer binnen. 'Ik heb een rare vraag en je gaat vast nee zeggen', zegt ze. Ze was al een paar keer binnengelopen en had mijn enorme irritatie opgemerkt. 'Wát!', zeg ik. Het huilen staat me nader dan het lachen en als ik ergens een hekel aan heb is het vrouwen die huilen op het werk. 'Je bent zo gestrest, heb je zin om vanmiddag in het bos te wandelen?' Ik staar naar mijn eigen kop in de weerspiegeling van mijn laptop. Neerhangende mondhoeken, rode ogen, een diepe frons. Dan klap ik de laptop dicht. 'Da's goed!'

Rizz, rizz, doen onze voeten even later. Het pad ligt bezaaid met bladeren en eikels.
'Lijkt Tinder wel', zeg ik. 
'Lame', zegt S. 
'Niet een van mijn beste grappen, nee, maar wel waar. De laatste tijd alleen maar eikels op mijn pad.' 
'Je zou toch gaan wandelen met die docent Engels?' 
'Ik weet niet.' 
'Wat weet je niet?' 
'Gewoon.' 
'Ja, zo gebeurt er nooit wat.' 
'Ik moet eerst plek maken in mijn hoofd', zeg ik. 'Ruimte voor nieuwe dingen.' 'Ruimte genoeg, mam. In die lege kop van je.' 
'Respèèct', mompel ik hees, als een vrouwelijke Don Corleone. Maar dat zegt haar niks. Kinderen kennen niet één klassieker meer. Stranger Things en Riverdale, ja. Maar the Godfather, Star Wars, of nog beter Gone with the wind, vergeet het. En dan heb ik het maar niet over boeken. 
'Ach', zeg ik, 'ik vond Casablanca ook niet om door te komen.' 
Ze kijkt me verbaasd aan. Het begint te regenen. Eerst een paar voorzichtige druppels maar al gauw is er geen houden meer aan. 
'Het begint nu echt goed te zeiken', zeg ik. 
'We gaan niet een kwartier rijden om dan 10 minuutjes te wandelen, hoor', zegt ze. 

Manmoedig stap ik door. Mag je je eigen kind een beetje haten? Zo af en toe?
Bij een grote paddenstoel blijf ik staan om een foto te maken. 
'Is dat weer een excuus om stil te staan?'
'Nee, als bewijs dat ik hier was.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten