dinsdag 13 oktober 2020

Dag 214. Droevig

Vandaag is het mijn vaders geboortedag. 
'Moet je niet naar het graf', vraagt S. Ik kijk haar aan, fronsend. 'Eigenlijk wel, maar ik heb echt geen ruimte, dit moet af.'

'Ja maar.... '
'En ik was er laatst nog voor mijn moeder, er staat nog een Bolbegoneranium, samen delen dan maar.' 
Mijn irritatie stijgt, ik word niet graag geconfronteerd met mijn eigen onvermogen.
Mijn dochter kijkt me verontwaardigd aan, maar ik ben aan het eind van mijn Latijn. Ik slaap al nachtenlang belabberd en ik merk dat ik vaak vergeet te ademen en mijn hartslag af en toe een roffel maakt. Het lukt me nog steeds niet, na al die jaren op deze aarde en in dit werk, om mijn energie beter te reguleren. Mindfulness, Zen, ademhaling: ik denk aan mijn broer en zijn lotushouding op een matje in de polder. Even ben ik jaloers. Maar dan denk ik aan zijn wegvallende inkomsten, als musicus. 

Want we zijn er weer. De deur is weer op slot. En ik was er nog niet eens echt uit geweest. Ik heb niet één terrasje bezocht, ik heb nergens gegeten, geen reisjes, geen strand, geen bios. Ik heb alleen mijn kinderen gezien, een paar keer wat familie en één keer een oude vriend, in de laatste mooie zomerse dagen in mijn tuin. En soms wat collega's, omdat het moest. Ik bleef binnen. 'Tot het weg is', zei ik. En ik begon een coronablog.

Wat zijn we dom. Wij Nederlanders. We zeuren en zeiken 24/7 en maken van alles een discussie, en intussen doen we wat we zelf willen. Omdat wij dat vínden. We denken niet aan anderen, we laten ons niet koeioneren, niet aan banden leggen, niet registreren. En om dit statement kracht bij te zetten, wordt alles van stal gehaald, zonder enige gêne, tot de holocaust aan toe.

Een man op Tinder -een erg volhardende man, want veel lol valt er bij mij niet te halen - suggereert dat ik wel erg bang ben. Dat ik best kan afspreken met hem. Want angst is een slechte raadgever en ik moet gewoon een beetje léven (hij bedoelt dat ik met hem naar bed moet). Hij is fit en legt zichzelf geen beperkingen op, zegt hij, wederom refererend aan zijn capaciteiten. 
'Ik gun je 7 kinderen met een verminderde afweer en een chronisch zieke moeder in een verpleeghuis', zeg ik, wil er nog iets grofs aan toevoegen, maar ach 'why bother'.

Ik voel me down en bedroefd. En dan is het ook nog mijn vaders verjaardag. Vier jaar geleden zaten we aan zijn ziekbed, mijn broers en ik. Stel je toch eens voor dat dit niet had gekund. Met een schuldig gevoel stop ik die avond mijn hoofd in zijn vest. De geur is weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten