vrijdag 16 oktober 2020

Dag 217. Vrijdag

Tussen 8 en 10 uur, stond er. Dat betekent in de praktijk dat als je stipt op tijd fris gewassen klaar staat om hem met open armen te ontvangen, hij om 5 over 10 komt, blijf je daarentegen nog effe leggen, dan is hij er pronto om 8 uur. 

Dus ik stond vroeg op, zette koffie en wachtte. Na een uur ging ik aan het werk, met de deur open zodat ik de bel niet zou missen met mijn dove hoofd.
'Is hij al geweest', appte zoonlief.
'Nee.'
'Om 1 uur begint mijn werkgroep, hoor', zei dochterlief. 
'Jaahaa.'

Om half 11 kwam het verlossende telefoontje.
'Ik kom er aan, heeft u klachten?', vroeg hij.
'Nog niet', zei ik. Maar zo bedoelde hij het niet, lachte hij.

Even later ging de bel. Voor de deur stond de monteur. Mondkapje voor, koolzwarte ogen erboven.
'Mooie jas', zei ik. 'Canada Goose, duur.' Hij grinnikte. Ik hobbelde achter hem aan, mijn neus in de lucht, 'Paco Rabanne?'
Hij knikte. 'One Million.'
Toe maar. Ik opende kasten, verschoof tafeltjes, reikte dozen aan.
'Koffie?' Dat wilde hij wel. En of de haspel daar moest blijven?
'De wat?'
'De haspel!'
'Oh, de ronde stekkerdoos', zei ik. 'Nee, die mag de kast in.'

Na een half uur had ik een supersnelle glasvezelverbinding. We testten nog even de snelheid, gebroederlijk loerend naar het metertje, ik met een gezichtsuitdrukking alsof ik ook maar enige notie had van wat daar op het scherm gebeurde, hij wijzend en verklarend. Het was in orde. Nou bedankt, hè. Dag mevrouw. Dag meneer.

Des middags om 14.10 uur rende mijn dochter mijn werkkamer binnen. 'Godverdegodver...!', gezicht in paniekstand.
'Ik weet het', zei ik, 'geen internet'.
'U bent de 7e beller', zei T-Mobile.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten