zondag 18 oktober 2020

Dag 219. Wim-Lex

Ik heb nooit gedacht dat er een dag zou komen dat ik het volgende zou zeggen. 

'Mag ons Koningshuis weg?' 

Vooropgesteld, ik ben monarchist, althans in onze vorm. De vorm waarin het koningshuis geen regeringsbevoegdheid heeft, maar wel verbinding legt, een mooi visitekaartje is en ons tot troost is in barre tijden. In de 2e wereldoorlog deed de koningin dit vanuit een ander land, dat voelde waarschijnlijk niet als erg troostend en solidair, maar het volk kon daar nog begrip voor opbrengen, vooral omdat het volk nog niet zo stierlijk verwend en eigenwijs was als nu. Achteraf zag onze koning de tweeledigheid hier wel van in. Er kwam een soort van sorry. Zoals alles in Nederland tegenwoordig 'een soort van' is, een soort van maatregelen voorop. Wat hebben we toch een betrokken koning, dacht ik, en wat is hij gewoon gebleven. En ik glimlachte er moederlijk bij. 

Tot hij besloot een vakantietripje te gaan maken terwijl zijn volk de deuren wederom moest sluiten. De pleures brak uit. 'En terecht', riep ik, en schrok er zelf van. Maar het hele idee van het koning zijn, is het goede voorbeeld geven, solidair zijn, begrip tonen en troosten. Niets van dat al. De koning moest en zou op vakantie. Nu kan Wim-Lex altijd wel een potje bij mij, uw grote en belangrijke blogger, breken, omdat ik zijn IQ niet heel hoog inschat maar wel die lieve, goeiige man en vader zie, maar Max, onze slimme Max, waar is zij in dit verhaal? En Rutte, mijn goed geklede Mark, wat heeft hij gezegd toen de koning zijn verlofbriefje indiende?

Nee, ik wil mijn geld terug. Geen voucher, maar geld terug. Of nog beter, ik wil ruilen! Dan doen we de Oranjes naar Canada en krijgen wij de Windsortjes. Die zijn knapper, rijker, veel koninklijker (lees: afstandelijker en arroganter), er zijn veel meer schandalen, en, als bonus, zij betalen wél belasting. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten