Noem iets dat je aan je oma doet denken, vraagt Facebook. Bij oma denk ik aan oma B, mijn favoriete oma in Amsterdam, en het eerste dat in me opkomt zijn de babysokjes. Ze kon breien als geen ander, maar op latere leeftijd zag ik haar altijd met drie korte naalden sokjes breien. In zoetroze, lichtblauw of zachtgeel. Toen mijn kinderen werden geboren, was mijn oma er al niet meer, maar alle drie droegen ze haar sokjes, als eerbetoon, want winkels als Zeeman en Hema verkochten toen allang de beeldigste sokjes, slofjes en schoentjes voor een onbenullig bedrag.
Mijn oma heeft twee oorlogen meegemaakt en meerdere crisisjaren. Koffie werd vaak opgewarmd, sokken werden gestopt en ze deed jaren met dezelfde kleding. De paar waardevolle sieraden die ze bezat gingen een leven lang mee en werden na het dragen zorgvuldig opgeborgen in een lichtblauwe doos met gouden krullen die - oh magie! - een geheim vakje onderin had. Enkele van haar juwelen heb ik nu. Een ring met een grote blauwe steen, Aquamarijn zei oma, maar te oordelen naar de krassen gewoon van glas, een gouden armband waaraan de sterrenbeelden van haar kleinkinderen hingen en het kopstuk, een paar oorbellen met gitjes en druppelvormige parels, die ik bij minstens één van mijn huwelijken droeg.
Ineens voel ik een sterk verlangen naar mijn jeugd, die zonnige zestiger jaren met de naoorlogse eenvoud. Als ik bij oma logeerde stond er bij het ontbijt een ouderwetse glazen strooibus met suiker op tafel, naast een bruine pot in de vorm van een bijenkorfje met zomerjurkjes, haar naam voor gekleurde hagel. En thee natuurlijk. Om half 11 was er koffie met Frou Frou's of krakelingen. 's Middags was er weer thee en 's avonds aten we pannenkoeken of kroketten. Geen luxe, geen overdaad, geen miljoenen keuzes. Mijn ouders leefden ongeveer net zo, met alleen wat meer levendigheid in de drankkast, maar met mijn generatie is dit alles verdwenen. We hebben teveel. We zijn te lui. Te dik. Te verwend.
Ik wijt mijn plotselinge behoefte aan eenvoud aan alle hectiek, chaos en onzekerheid om me heen. De wereld lijkt in duizend stukken te splijten met evenzovele meningen. Er is ruzie, haat, onbegrip. De coronakampen staan lijnrecht tegenover elkaar, Bidenfans werden bedreigd bij de stembussen, Trumpstemmers worden gehuld in pek en veren de deur uitgejaagd, we bekken elkaar online af in de rotsvaste overtuiging dat alleen wij gelijk hebben. Er is goed en er is slecht en iedereen bevecht zijn eigen plekje op het slagveld. Ook ik, terwijl ik dat eigenlijk niet wil. Ik wil suiker op brood en een koekje bij de thee. En babysokjes, heel veel babysokjes.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten